Studeren in Leiden… en pas weggaan met je pensioen

Het komt vaker voor, nooit meer weggaan bij je universiteit. Sommige blijvers mijden het onderwerp liever. Zo niet Frans Los, in januari gepensioneerd. ‘Ik heb altijd leuke dingen kunnen doen.’

Lintje voor Los

Op 28 januari was het zover: Frans Los verliet na ruim een halve eeuw de universiteit. Voor de afscheidsreceptie van de senior-beleidsmedewerker Onderzoek was de hal van het Bestuursbureau te klein, het restaurant in het Kamerlingh Onnesgebouw wél groot genoeg. Daar kwam de burgemeester van Los’ woonplaats Oegstgeest hem een lintje opspelden. Een mooi slotakkoord.

Frans Los verlaat na 47 jaar de universiteit. De afscheidsreceptie.

Frans Los verlaat na 47 jaar de universiteit. De afscheidsreceptie.

Uitbouwen en opstappen

Je hoort het impliciet in zijn verhalen, en hij zegt het ook zelf, zij het niet in die bewoordingen: Los was binnen de universiteit een soort ondernemer, een entrepreneur. Hij nam initiatieven en bouwde die uit. Als ze stevig stonden trok hij weer verder om ergens anders iets nieuws te gaan doen. Twee eigenschappen hielpen hem daarbij: hij voelde de tijdgeest goed aan en wist daardoor wat de universiteit nodig had, en hij was niet bang. Niet om zelf een koers te kiezen en niet om zonder werk te raken als hij ergens was uitgekeken. En dan waren er natuurlijk de academische vaardigheden, opgedaan in zijn studie. Vooral analyseren, oplossingen bedenken en helder schrijven.

Werkstudent

Los studeerde sociale- en organisatiepsychologie. Twee jaar financierden zijn ouders zijn studie, daarna werd hij werkstudent. Zo gaf hij werkgroeponderwijs aan eerstejaars. De noodzaak tot werken weerhield hem er niet van ook nog actief te zijn in het aktiewezen: vóór bevordering van de huisvesting voor één- en tweepersoonshuishoudens, inclusief studenten, in de vredesbeweging en voor een betere integratie van buitenlandse werknemers.

Wie: Frans Los (65) 
Studie: Arbeids- en organisatiepsychologie (1969-1986) 
Lid: nee, wel van de studievereniging ‘Kring van psychologiestudenten’
Favoriete plek in Leiden: heel Leiden, maar als ik iets moet zeggen dan café Burgers in de Burchtsteeg

Frans Los in zijn studentenjaren

Frans Los in zijn studentenjaren

Vorming en bewustwording

Los’ eerste echte baan bij de universiteit was er een bij het Vormingswerkcentrum van de universiteit, verbonden met Studium Generale (SG). In de wet stond dat studenten inzicht moesten krijgen in de samenhang van de wetenschappen (daar was SG voor) en dat ze bewust gemaakt moesten worden van hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Geneeskundestudenten moesten bijvoorbeeld nadenken over de arts-patiëntrelatie, en chemici over chemische milieuvervuiling. Daarvoor werden programma’s opgezet. En eerstejaarsstudenten werden opgevangen in een mentoraatssysteem.

Zelf de afdeling opheffen

Midden jaren ‘80 veranderde de tijdgeest. Het wetsartikel over vorming en bewustwording verdween. Wat de faculteiten waardevol vonden, gingen ze zelf aanbieden. ‘We besloten onszelf op te heffen want we hadden geen bestaansgrond meer’, zegt Los. Dapper. Los werd uitgenodigd om bij studentenzaken te komen werken. Uit de boedel van het Vormingswerkcentrum nam hij het mentoraat mee, dat hij verder uitbouwde. Daarnaast pakte hij op eigen initiatief de verbinding met de arbeidsmarkt aan. Het ging later net zoals eerder: na een aantal jaren pakten de faculteiten dat domein zelf steeds meer op. Los was nog een tijdje hoofd van de studentenondersteuning en stapte toen over naar de beleidsafdeling, naar het beleidsterrein onderwijs. Het was 1998.

... en daar kwam het lintje.

... en daar kwam het lintje.

Mister Bama

Bij de Leidse universiteit was net het eerste universitaire bindend studieadvies van Nederland over alle hobbels gesleurd, en er wachtte een nieuwe mega-operatie: de invoering van het bachelor-mastersysteem. Het zou Los de bijnaam mister Bama opleveren. In dat kader werd het hele onderwijs onder de loep genomen: de contacturen, de samenhang tussen onderwijs en onderzoek, de onderwijsvormen, de toetsing. Alles Moest Anders. En dat in twee jaar. Het lukte.

Naar het onderzoeksbeleid

Los wilde na die tropenjaren wel wat anders en schoof op naar het onderzoeksbeleid. Ook daar voelde hij de tijdgeest goed aan: hij richtte zich op het versterken van de band met de samenleving. Dat leidde tot de oprichting van Luris, het valorisatie-instituut van de universiteit. Daarna trok hij de steeds belangrijker wordende contacten met buitenpartijen naar zich toe: de samenwerking met de TU Delft en de Erasmusuniversiteit Rotterdam, de regionale economische samenwerking (Economie071) en de samenwerking in Zuid-Holland. Dat bleef hij doen tot zijn pensioen.

Er viel bij het afscheid ook veel te lachen.

Er viel bij het afscheid ook veel te lachen.

Geen grenzen voor wetenschappers

‘Ik ben er trots op dat ik altijd bij de universiteit ben gebleven; ik heb ook geen seconde getwijfeld. Het is zo’n mooie instelling. Eerst heb ik heel veel met jonge mensen gewerkt. Erg leuk was dat. En later veel met wetenschappers. Het is mooi om met die superintelligente mensen te mogen werken, die toch ook weer hun eigenaardigheden hebben. Aan wetenschappers moet je geen grenzen stellen, je moet ze de vrije loop laten en niet sturen. Anders frustreer je hun originaliteit.‘

Altijd leuke dingen gedaan

‘Ik heb altijd leuke dingen gedaan en vertrouwde er steeds op dat er wel weer iets op mijn pad kwam. En dat gebeurde ook. In elke rol heb ik geprobeerd eigen toegevoegde waarde te creëren, zoals tot tweemaal toe bij het schrijven van het instellingsplan van de universiteit. Dat resulteert erin dat je steeds meer invloed krijgt en dat er naar je wordt geluisterd. Daarbij moet je je eigen koers vasthouden, soms in weerwil van een opvatting van het College van Bestuur. Dat kon ook omdat ik nooit in mijn eentje opereerde en altijd samenwerkte. ik stelde me open voor de faculteiten. Ik heb ze nooit wat door de strot geduwd en, ongeachte de opdracht waarmee ik kwam, altijd op hun positie gelet. Alleen zo win je vertrouwen en krijg je iets voor elkaar. ‘

Collega’s gaan het beter doen

'Ik ga het werk niet missen. Ik heb het goed achtergelaten en ben ervan overtuigd dat mijn collega’s het zelfs beter gaan doen dan ik!’ Los was voor zijn pensioen al betrokken bij de oprichting van het Taalmuseum Leiden (entaal.nl): geen gebouw maar tijdelijke pop ups op diverse plaatsen en bij verschillende gelegenheden. Daar gaat hij meer energie in steken. Verder is hij nog coach in het Leiden Leadership Programme voor masterstudenten. Vervelen zal hij zich niet. Er komt altijd wel iets op zijn pad...

(CH)

Laatst Gewijzigd: 26-05-2016