Alumnus Mark Schneiders: ‘Hulp en handel in één hand is juist goed’

Mark Schneiders, alumnus rechtsgeleerdheid, maakte de opmerkelijk overstap van Chief Development Officer bij een private-equityfonds naar directeur van het flink ingekrompen Koninklijk Instituut voor de Tropen. 'In Leiden heb ik geleerd te denken en aan te pakken.’

U maakte carrière in de internationale bankwereld, onder meer bij ING en reisde vóór uw overstap voor een private–equityfonds de wereld rond, vaak naar uw geliefde Afrika. Vervolgens zei u ‘ja’ toen u gevraagd werd directeur van het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) te worden...

‘Het leek mij een mooie uitdaging om richting te geven aan het KIT. Mijn voorganger had al veel in gang gezet maar er was - en is - ook nog heel veel te doen. Ik kan eigen accenten leggen. De honderdvijftig mensen die er werken zijn enorm enthousiast, dat sprak mij ook aan. Inderdaad ging ik wat minder verdienen maar geld is relatief; het is belangrijker dat je een leuke baan hebt.’

Mark Schneiders in de monumentale hal van het KIT

Mark Schneiders in de monumentale hal van het KIT

De belangrijkste takken van het KIT zijn consultancy, en opleiding om mensen voor te bereiden op werken in een ontwikkelingsland. Verder verhuurt u in het immense KIT-gebouw ruimte aan starters en baat u het Tropenhotel uit. Kunt u ook nog iets kwijt van uw inhoudelijke kennis over financiering en uw internationale ervaring?

‘Je bent natuurlijk veel aan het managen. En we zijn ook bezig met een toekomstvisie: wie willen we zijn in 2020? Daarvoor moet je boven de dagelijkse beslommeringen uit kunnen stijgen.  Onze consultancy is gespecialiseerd in advies over gezondheidszorg en landbouw met betrekking tot ontwikkelingslanden. Hoe krijg je een betere gezondheidszorg die voor meer mensen bereikbaar is. En hoe halen boeren méér van hun land? Ik ken het KIT nog niet tot in zijn haarvaten, daarvoor zit ik er nog te kort. Maar ik weet wel hoe dingen vallen in ontwikkelingslanden, en ken ook de economische thematiek. Daar ligt zeker een link met de ontwikkelingssamenwerking. Overigens verhuren we de ruimte die we zelf niet nodig hebben alleen aan ondernemers en organisaties die een link hebben met wat wij doen. ’

 

Ingrijpende reorganisatie bij het KIT

Het ministerie van Buitenlandse Zaken zette eind 2012 een streep door de jaarlijkse subsidie van 20 miljoen euro aan het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) in Amsterdam. Het met sluiting bedreigde Tropenmuseum werd losgemaakt van het KIT en bleef bestaan; het fuseerde met het  Museum voor Volkenkunde in Leiden en het Afrika Museum in Berg en Dal. De bibliotheek redde het niet, deze werd gesloten. Een deel van de kilometerslange rijen boeken ging naar de Leidse Universiteits- bibliotheek.  In totaal werden 90 mensen ontslagen en het instituut moet nu financieel op eigen benen staan.  Het KIT is nu een kenniscentrum op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, met focus op Afrika.

Er is kritiek op het koppelen van het bedrijfsleven aan de ontwikkelingssamenwerking. Helpen om er zelf beter van te worden, zou het zijn.

'Ik heb daar helemaal geen probleem mee, vind het juist goed dat hulp en handel in één ministerie zijn ondergebracht. Door samen te werken ontstaat aan beide kanten nieuwe werkgelegenheid. Een punt dat je wel in de gaten moet houden is dat je met een commerciële benadering moeilijk de hele bevolking bereikt. Je moet dus beide doen.’  Waarna  Schneiders enthousiast begint over ‘het onderwerp waar koningin Maxíma zich ook mee bezig houdt’: microkredieten  bevorderen en  verzekeringen tegen misoogsten mogelijk maken. En het begint natuurlijk met toegang bieden tot betalingsmiddelen. ‘Het belangrijkste is dat mensen een bankrekening kunnen openen, anders kan al het andere ook niet.’

Wie: Mark Schneiders (1956)
Studie: Rechtsgeleerdheid (1974-1980)
Vereniging: Minerva
Favoriete plek in Leiden:  ‘Mijn studentenhuis, Rapenburg 95. Toen ik er woonde is het een Minervahuis geworden. Net als met  Minervanen die ik op de vereniging leerde kennen, heb ik nog steeds contact met studenten uit dat huis.’

...en in zijn studententijd

...en in zijn studententijd

U heeft een bijzondere band met ontwikkelingslanden, met name met Afrika.

Mijn vader werd toen ik dertien was diplomaat in Nigeria. Ik woonde in Nederland, was ondergebracht in een ander gezin, maar ging daar in alle vakanties heen. Dertien is een bevattelijke leeftijd dus heeft Afrika diepe indruk gemaakt. In mijn studententijd zat mijn vader in Indonesië en later nog weer in Kameroen en Zimbabwe. Na mijn studie in Leiden ben ik uit Nederland weggegaan om pas in 2004 pas weer terug te keren naar Nederland. Van hieruit ben ik toen voor het private-equityfonds veel gaan reizen, ook naar Afrika. Natuurlijk, er is daar veel corruptie en oorlog, maar ook ongelooflijk veel energie om vooruit te komen. Je kunt stellen dat Afrikaanse landen in een eerdere economische fase verkeren dan wij. Dacht u dat wij geen corruptie hebben gekend? Afrika heeft het kolonialisme afgeworpen en vaart een eigen koers. Heel veel is er niet of nog niet dus er wordt enorm gedacht over oplossingen. En een goede oplossing kan meteen een business zijn. Geweldig om dat te ervaren.’

Wat heeft uw studietijd in Leiden voor uw verdere leven betekend?

Ik heb een goede juridische basis gekregen, en geleerd te denken en aan te pakken. Bovendien is je studietijd belangrijk voor je sociale ontwikkeling. Daar heb ik mijn hele leven iets aan gehad. Wat ik wel jammer vind is dat de studie te veel een fabriek was, met grote aantallen studenten. Pas in de doctoraalfase kwam je in aanraking met docenten en hoogleraren die je echt konden inspireren. Toen ik na Leiden ook nog in Fontainebleau en Harvard ging studeren, gebeurde dat daar metéén. Dat verschil heb ik sterk gevoeld. Ik ben dan ook voor selectie aan de poort. Twee van mijn kinderen  hebben het University College in Utrecht gedaan; bij university colleges heb je selectie. Overigens heb ik begrepen dat Leiden de rechtenstudie inmiddels anders heeft ingericht. Dat lijkt me een prima ontwikkeling.‘ 

Het Koninklijk Instituut voor de Tropen was vóór de bouw van het AMC het grootste gebouw van Amsterdam.

Het Koninklijk Instituut voor de Tropen was vóór de bouw van het AMC het grootste gebouw van Amsterdam.


(15 oktober 2015/CH)

Laatst Gewijzigd: 15-10-2015